Mijne Maccer

 

Juli 2008

 

 

 

 

Nina stamelt haar eerste woordjes.

Maité, het zelfgekroonde prinsesje van vier en een klets, beheerst en gebruikt de moedertaal nu al meer dan behoorlijk. En tussen haakjes, zelfs een woordje Frans lukt ook. Met papa in Parijs bezochten ze niet zomaar een ‘grote kerk’ maar een vlot over de tong rollende ‘Notrrre Dame’.

 

Neuropsychiater Louann Brizedine leert me dat uit een vrouwenmond tot twintigduizend woorden per dag rollen (slik). Hier heeft Maité nog werk voor de boeg, maar wat niet is, kan nog komen ...

Op weekend in Antwerpen bevraagt ze mij dan ook onafgebroken: ‘Bompa wat is dit, wat is dat, waarom is dit, waarom is dat, waarvoor dient dit, waarvoor dient dat, waarom is het zus, waarom is het niet zo?’

De ene vraag duwt de andere over haar lippen en dit vragen stellen alleen al krikt haar daggemiddelde/woordgebruik stevig op.

 

In de badkamer, snuffelend met het weetgierige neusje, priemt Maité haar vinger tegen een groen gebruiksvoorwerp: ‘Bompa, wat is dat?’ ‘Een haardroger’ klinkt droogweg mijn antwoord en ik zie twee vraag-tekens in haar blauwe kijkers levensgrote proporties aannemen. Ze geeft me die twee vraagtekens, draait zich om en vraagt verder niets.

 

Terug in Stekene vertel ik het voorval aan mama en papa en het wordt me snel duidelijk dat papa naar gewoonte geen tijd heeft om zijn haren te drogen (weet ik al van vroeger). Het is enkel mama die de haardroger hanteert.

 

Nu snap ik die kanjers van vraagtekens in Maité’s ogen: haardrogers zijn voor de mama’s en bij bompa is er toch geen ...

Nu ja, wat niet is, kan nog komen ... en de haardroger heb ik al.

Mama’s gebruiken het

en papa’s niet!