Mijne Maccer

 

Mei 2011

 

 

 

Waar de auto bleef stillestaan

Een kerstverhaal

anno 2010 

 

Voor de derde maal op rij trekken we met nogal wat hebben en houden naar het zuiden van Frankrijk. In Bissy-la-Mayonnaise woont de moeder van onze twee zonen en daar vieren we Kerstmis. Officieel heet het dorpje 'Bissy-la-Mâconnaise', maar ik noem het opzettelijk fout. Maité is er steeds als het kipje bij om met gefronste wenk-brauwen mijn plagerijtje te bekeuren.

 

Manu, Vanessa, Maité en Nina zijn al op weg via Rijsel. Christophe en ik beslissen, gezien de weg/weeromstandigheden via Luxemburg, ook maar de Rijselroute te volgen, met spijt voor de goedkope benzine en sigaretten. Christophe zijn camionette vreet kilometers en hij belt zijn mama: 'Geen sneeuw, geen probleem', weet ze te vertellen. Tot we Manu aan de lijn krijgen: 'We staan in panne op 250 kilometer van ons einddoel'. 'Gij zwanst' repliceert Christophe. 'Nee serieus … en hoever rijden jullie achter ons?' Na enig rekenwerk kunnen we binnen het uur bij hen zijn én bij een benzinestation voor de dringende tankbeurt. Die tankbeurt wordt wel hoogdringend en nadat 'nog brandstof voor 30 kilometer' op het dashboard verschijnt worden we verder in het ongewisse gelaten, behalve dan door de sneeuwvlokken die in steeds grotere en dikkere getale de voorruit bespringen. Christophe duvelt op zijn navigatiejuffrouw bij wie een nieuw stukje snelweg rond Reims nog niet in het oor is gefluisterd. Volgens haar rijden we nu door velden en weiden en ze maant ons onophoudelijk aan om rechtsomkeer te maken. Met de billen dichtgeknepen, en wat mij lijkt wel honderd kilometer, verschijnt langs de kant van de weg het bord: 'Essence, 20 kilomètres'. De tankbeurt wordt meer-dan-ultra-hoogdringend en het lukt Christophe om druppel na druppel het tankstation binnen te rijden. Opnieuw Manu aan de lijn: 'We staan een eindje verderop, maar opletten de pechstrook ligt helemaal ondergesneeuwd, vooral tijdig afremmen'.

 

De camionette slikt de nodige liters diesel en we vervolgen onze zoektocht. Het 'eindje' waar Manu van sprak is wel langer dan verwacht en uiteindelijk vinden we de vier 'stokstaartjes' met hun fluogele hesjes aan en de auto geparkeerd bij een praatpaal. 'Een takelwagen, al geladen met een camionette, is net in tegenover-gestelde richting langsgereden en heeft teken gedaan' zegt Manu. Na een half uur verschijnt diezelfde depanneur met bijhorende depan-neuse door de steeds dikker wordende sneeuwmassa. De takelman duikt onder de motorkap, bekijkt daarna even de kilometerteller en zucht: '230.000 kilomètres, c'est pour la poubelle'. Met de laadschop wordt de auto achter de takelwagen verankerd. Manu, Vanessa en Maité nemen plaats in de takelwagen en Nina moet, zeer tegen haar zin, met ons verder reizen. Christophe gebruikt al wat hij heeft aan rijkunst om de takelwagen te volgen dertig kilometer verderop. (Oeps, een camionette op zijn flank in de gracht: reclame langs de snelweg? Nee, een bontbeschilderde vrachtwagen die het talud is afgegleden). Dwars door Chaumont langs de prachtige treinviaduct en met een hardnekkig 'brûler les feux rouges' lukt het de takelwagen te volgen tot in zijn thuishaven.

 

De bagage wordt in de auto van Christophe overgeladen en we wikken en wegen alle mogelijkheden om op de eindbestemming te geraken. Nina reist, nog steeds tegen haar zin, met ons verder. Warm ingeduffeld nestelen we haar tussen ons beiden in. De rest van de familie wordt per taxi naar het station gebracht voor de trein richting Mâcon. De kleine helling bij de garage waar Christophe, gezien de sneeuwval, al bij het afrijden zijn twijfels had om langs daar terug weg te geraken klopt: dan maar langs de andere kant een uitweg zoeken. Op onbekend terrein en met een dikke sneeuwlaag er boven op waarschuw ik Christophe: 'Recht voor ons vermoed ik een gracht'. Negentig graden naar links en na enkele tientallen meters spook-rijden geraken we toch op de Route Nationale.

 

Nina priemt haar ogen door de steeds dikker wordende sneeuw-vlokken: want ja, een slippertje is gauw gemaakt. Ze verzaakt aan elke vorm van conversatie en knikt koppig neen op het aanbod van een snoepje of een drankje. Knikkebollend tussen ons in weigert ze halsstarrig in te slapen. Oogjes open, oogjes toe …

 

Op zes kilometer van het dorpje Bissy (La-Mayonnaise, hé Maité), op de eerste heuvelrug bij het verlaten van de Route Nationale, gebeurt wat we al enigszins vreesden: na herhaald zigzaggen blijkt verder rijden onmogelijk. Christophe heeft wel sneeuwkettingen mee, maar niet gecontroleerd of ze wel passen op deze camionette. Na wat sleuren en trekken lukt het wonderwel de banden te omgorden en met enkele tussenstoppen om alles extra te controleren en vaster te snoeren hobbelen we verder. Noch Christophe, noch ik hebben ooit met een tank gereden, maar we vermoeden dat dit wel een zelfde gevoel geeft. We slalommen langs een plaatselijke tractor die poogt de auto van een dorpsgenoot uit de miserie te sleuren en in Bissy-centrum (grapje) rechtsaf nog een kleine venijnige helling op, zijn we eindelijk ter plekke.

 

Wij zijn goed en wel aangekomen, maar wat met de anderen? Van Chaumont naar Mâcon, een treinconducteursfluitje van een cent? Integendeel, met meer dan een uur vertraging krijgt Christophe het seintje dat hij de drie achtergeblevenen kan oppikken. Onderweg voor de dertig kilometer naar Mâcon de sneeuwkettingen er af en met vier op de voorbank gepropt de dertig kilometer terug en halfweg de kettingen er weer op.

 

Nina heeft haar tongetje teruggevonden, ratelt aan een stuk door en ondervraagt haar grootmoeder: 'En wie waren jouw mama en papa?' 'En zijn die dood?' Colette haalt foto's uit de kast. 'En waar zijn die nu?' 'En ga je ze nog terugzien?' Klokslag middernacht zitten we met zijn allen rond de houtkachel. De voorziene fondue wordt naar de volgende dag verschoven. Met wat Franse kaas en een baguette duiken we met zijn allen de bedden in … en het sneeuwde de hele stille nacht onhoorbaar door.

Foto’s: Manu Cammaert