Mijne Maccer

 

Juni 2009

 

 

 

 

De grote poort valt met een doffe zucht achter mij in ‘t slot en ik heb de keuze: rechts naar de halte van tram 8 of links naar de halte van tram 12. Beide hebben ze gemeen dat ze me als het ware tot in mijn luie zetel brengen. Vandaag kies ik voor tram 8 en iets voor vijf uur is het steeds een comfortabele 'hermelijn' die zich een weg meandert via de Groen- naar de Bolivarplaats.

Een stevige prik in mijn zij doet me naar links kijken waar een hoge vrouwenstem mij vraagt: ‘Is dat hier Antwerpen?’ … ‘Alzheimer’ flitst het door mijn hoofd en ik antwoord met een kort ‘Ja’.

‘Ik kan er niet meer tegen’ fluistert ze me toe. Deze eerste aanraking met wat vermoedelijk alzheimer kan zijn, moedigt me niet aan een gesprek te beginnen en ik besluit uitdrukkingsloos voor me uit te staren. Niet moeilijk, want het is de favoriete bezigheid van veel autochtone tram- en busgebruikers.

De venijnige vinger van het vrouwtje boort zich nogmaals in mijn zij. ‘Ik zei al dat ik er niet meer tegen kan’ herhaalt ze ‘en voor mij hoeft het niet meer’ voegt ze er aan toe. Ik kijk haar nu, beducht voor een nieuwe prik, verontrust aan.

In een forse beweging gooit ze een gifgroene blik over haar schouder naar twee mannen achter ons. Die twee zijn met ietwat verheven stem en in een voor ons onverstaanbare taal aan het gsm’en. Het mevrouwtje lijkt daar zo verschrikkelijk onder te lijden want ze vertrouwt me samenzweerderig toe: ‘‘k Hoop dat het rap zal gedaan zijn met mij.’ Ze vervolgt met verheven stem en in één ademstoot: ‘‘t Is onze stad niet meer hé en hoe oud zijde gij meneer en ik ben er vijfenzeventig en dat er voor mij maar rap een eind aan komt en ...’

Ik zoek mij een nooduitgang voor deze situatie ... gelukkig brengt halte Museum redding en zonder verder boe of ba stapt mevrouwtje af. Mij, onwillig klankbord, gunt ze geen blik meer waard. Molen-wiekend met tas en plu, met korte en kranige pasjes, hoekig sla-lommend tussen auto’s, fietsers en voetgangers, verdwijnt ze richting kaaien.

Haar einde? Voor zover ik het kan inschatten zal mevrouwtje nog wel wat jaartjes geduld moeten oefenen. Zich duchtig misrekenen bij het oversteken lijkt ze alsnog niet van plan.

Heeft ze ‘A’

of heeft ze genoeg van ‘A’

Alois Alzheimer (1864 - 1915)